woensdag 13 januari 2016

Zuurdesem maken



Long time no see. Ik weet het. Het afgelopen jaar ben ik eens even flink door elkaar geschud. Een nieuwe stad, een ander land, een nieuw huis, een langdurige polsblessure, een baan die nog best nieuw is en af en toe behoorlijk veel van me vraagt... Het lijkt alsof ik begin 2015 van een hele hoge duikplank ben gesprongen en nu pas echt weer boven water ben gekomen. Het hele jaar ben ik wel als vanouds doorgegaan met lekkers koken en de laatste maanden ben ik ook weer achter de naaimachine gekropen, maar het delen van al mijn maaksels is een beetje achtergebleven. Tijd om daar nu 2016 is aangebroken verandering in aan te brengen.

De afgelopen tijd ben ik aan het brood bakken geslagen. Al dat zoet uit de oven is misschien wel lekker, maar als je nog niet veel mensen kent in een nieuwe stad, betekent dat dat je dat allemaal wel zelf op moet eten... niet dat dat zo'n straf is, maar ja, ook taarten en koekjes kun je zat worden (ja echt! Je gelooft me niet hé ;) ). Met kerst had ik van mijn vriend een Duits broodboekje gekregen. Leuk, maar alles wordt wel met zuurdesem gemaakt. Heel hip en verantwoord, maar hoe maak je nou zuurdesem, zonder dat je meteen een voedselvergiftiging op loopt? Het is gemakkelijker dan het lijkt en hoe tof is het eigenlijk om broodjes te laten rijzen met (deels) jouw zelfgemaakte desem?

Zuurdesem

Benodigd

190 gram volkoren roggemeel
300 ml lauwwarm water
Grote schaal
Plastic folie
Garde
Klein glazen potje

Werkwijze

Dag 1
Doe 50 gram meel en 100 ml water in de schaal. Roer goed door met de garde, zodat er geen klontjes meer in het beslag zitten. Dek af met plastic folie en zet de schaal op een warme plek (tussen de 20 en 25 graden).

Dag 2
Roer het beslag door met een garde, dek af met folie en zet weer op een warme plek.

Dag 3
Roer het beslag door met een garde, dek af met folie en zet weer op een warme plek.

Dag 4
In de ochtend: roer 80 gram meel en 100 ml water door het beslag. Dek weer af met folie en zet op een warme plek.

In de avond: roer 60 gram meel en 100 ml water door het beslag. Dek weer af met folie en zet op een warme plek.

Dag 5
Even snuffelen, want je beslag is nu klaar en mag je zuurdesem noemen. Je desem zou nu licht zurig en gistig moeten ruiken.

Je kunt je desem nu gebruiken om brood te bakken. Meestal heb je maar een klein beetje nodig, dus je hebt nu een heleboel desem over. Hier zou je bijvoorbeeld pannenkoekjes mee kunnen bakken.

Spoel het glazen potje en het dekseltje om met kokend water. Laat het potje en dekseltje aan de lucht drogen. Vul het droge en afgekoelde potje met 50 gram desem. Zet het potje in de koelkast.







Desem bewaren en gebruiken  
Desem is een heel makkelijk huisdier. Je kunt je hem een week in de koelkast bewaren voordat hij gevoerd moet worden. Voeren doe je met 100 ml water en 100 gram meel. Dit kan volkoren roggemeel zijn, maar ook een ander soort meel. Roggemeel is de klassieker om een desemstarter te maken, maar zodra je starter klaar is, is het niet meer noodzakelijk, ik gebruik bijvoorbeeld gewoon tarwebloem voor het voeren. Na het voeren laat je je desem 2 uur op een warme plek staan. Vervolgens giet je weer 50 ml in je glazen potje. De rest van de desem gebruik je, of gooi je weg. Om de desem te gebruiken laat je hem na het voeren 10-12 uur op een warme plek staan. Zo worden de gist en de melkzuurbacteriën weer wakker.


10 uur na het voeren ziet je desem er zo uit


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen